Uitgesteld kijken, online gebruik: de manier waarop we naar de televisie kijken evolueert

Monday, 26 Oct 2020 - 16:14

Het begrip ‘uitgesteld kijken’ bij de televisie bestaat al lang; dat kon al van zodra we videorecorders hadden: daarmee konden we een uitzending opnemen om ze later te bekijken. Het fenomeen is sterk toegenomen toen de providers met Set Top boxen startten, waarmee je een programma makkelijk kunt opnemen, maar ook eenvoudigweg pauzeren. De gegevens over uitgesteld kijken kunnen opvragen en analyseren is cruciaal geworden bij de analyse van de kijkcijfers.

Het begrip ‘Time Shifted Viewing’ (TSV) werd in 2010 ingevoerd in de CIM TV-studie. Die rekende vanaf dan het tv-bereik mee tot zes dagen na de uitzending van het programma. In 2016 wordt het begrip ‘Live +7’ ingevoerd en dat wordt dan de basis voor alle analyses van de kijkcijfers.

In september 2020 tonen de cijfers in het zuiden van het land aan dat 83 % van het tv-gebruik nog altijd live gebeurt. Bij een zender als RTL TVI ligt dat zelfs op 85 %. In het noorden van het land bedraagt het aandeel van het live kijken 78 %. 





Als we kijken naar het aandeel dat de verschillende manieren van uitgesteld kijken vertegenwoordigen, zien we dat 60 % van het uitgesteld kijken nog op dezelfde dag gebeurt (VOSDAL = Viewing On Same Day As Live). Het betreft waarschijnlijk in hoofdzaak gepauzeerde programma’s. 16 % wordt de daaropvolgende dag bekeken, en 24 % in de loop van de dagen 2 tot 7.

De jongste doelgroepen en de hogere sociale groepen zijn eerder geneigd om uitgesteld te kijken, zowel in het noorden als in het zuiden van het land. 

Als we inzoomen op het type programma’s dat uitgesteld wordt bekeken, stellen we al snel vast dat daar een logica in zit. Voeren de ranglijst van live bekeken programma’s aan: magazines, nieuws en sport (en dan vooral voetbal). Bij deze programma’s ligt het aandeel live kijkers boven de 90 % en het uitgesteld kijken gebeurt bijna volledig op de dag zelf. De programma’s die het vaakst uitgesteld worden bekeken zijn films, series en ontspanningsprogramma’s.







Vanuit een ander gezichtspunt vormt ook reclame een uitdaging op het gebied van uitgesteld kijken. Hoe zit het met reclamespots in een wereld waarin een deel van de content uitgesteld wordt bekeken en men dus makkelijk kan zappen?

We kunnen u geruststellen: op de belangrijkste Franstalige zenders, RTL TVI en La Une, wordt bij uitgesteld kijken meer dan 60 % van de reclameblokken daadwerkelijk bekeken. Dat is een hoog cijfer in vergelijking met bepaalde andere zenders, zowel in het noorden als in het zuiden van het land, en heeft heel waarschijnlijk te maken met de kortere reclameblokken op die zenders. 



Het lineaire kijken blijft weliswaar erg populair, maar moet tegenwoordig een andere manier van tv-kijken naast zich dulden dan via een klassiek tv-toestel, wat eerder tot een gebruik à la carte leidt.

Dit gebruik kan trouwens gebeuren via andere toestellen, eveneens lineair, maar toch vooral ‘om in te halen’ (catch-up TV). Ook op dat vlak probeert het CIM deze nieuwe manier van tv-programma’s bekijken zo goed mogelijk te vatten.

Sedert september 2019 publiceert het CIM immers, naast de ‘klassieke’ kijkcijfers, de prestaties van tv-programma’s die online worden bekeken (via de platformen en de websites van de broadcasters). De gebruikte term is OVC, wat staat voor ‘Online Video Content’. Momenteel worden enkel de programma’s die na uitzending online worden bekeken (VOD) officieel meegeteld. Heel binnenkort komt daar ter vervollediging ook het bereik van fragmenten en van live bij.

In werkelijkheid worden online video’s al sinds enkele jaren mee gemeten in de CIM Internet-studie. Recenter – en dat is wat ons hier interesseert – is de mogelijkheid om het verband te leggen tussen deze online video’s en de lineair uitgezonden programma’s in de CIM TV-studie.

Als een gevolg van de geleidelijke transformatie in het mediagebruik, kreeg de markt uiteraard ook de prestaties van het niet-lineaire gebruik voorgeschoteld, ter aanvulling van die van het lineaire gebruik. Naast de klassieke kijkcijfers komen het aantal views (streams) en de kijkduur van de online bekeken tv-programma’s.

Net zoals de televisie zijn ‘rating’ bekendmaakt, pakt de OVC uit met een ‘web rating’. Het gaat om twee metingen die methodologisch dicht bij elkaar liggen, omdat ze allebei uitgaan van het begrip gewogen bereik. De web rating meet echter niet een aantal individuen gewogen door hun kijkduur (TV-begrip), maar een aantal streams afgezet tegen de kijkduur van het programma (een stream staat voor een gestarte video). We merken op dat, in tegenstelling tot de nauwkeurigheid van de tv-meting, we op dit moment geen idee hebben van de individuen die achter deze streams schuilgaan …  


Tot slot nog dit: het tv-gebruik via een klassiek scherm wordt gemeten tot zeven dagen na uitzending, het digitale gebruik dekt 28 dagen. 



Bovenaan